Zeeforel

Sterke zwemmer

Jonge forel
Foto: Jelger Herder

De zeeforel is, net als de Atlantische zalm, een zalmachtige. Binnen de groep forellen (de Salmo trutta) zijn er trekkende en niet-trekkende soorten. De zeeforel is een echte trekker. Hij groeit op in het zoete water en trekt vervolgens naar zee.

Je vindt de zeeforel in heel Europa en delen van Azië. Ook is hij in veel andere landen geïntroduceerd. Helaas is de zeeforel in de meeste Europese rivieren tussen de 18e en 20e eeuw ernstig achteruitgegaan. De belangrijkste oorzaken zijn: de vernietiging van paai- en opgroeigebieden, watervervuiling, overbevissing en het toenemende aantal barrières op de trekroute.

Verschillen tussen de Atlantische Zalm en de Zeeforel

De zeeforel en de Atlantische zalm zijn vaak moeilijk van elkaar te onderscheiden. Door beschadigingen zijn simpele kenmerken, zoals een vetvin en de zijlijn zijn niet altijd goed te zien. En om het helemaal moeilijk te maken: er bestaan uit kruisingen tussen de zalm en de zeeforel! Wil je meer weten over de verschillen tussen de Atlantische zalm en de Zeeforel? Lees de verschillen op deze pagina!

De reis van de zeeforel

Van juli tot november trekt de zeeforel naar zijn geboorterivier om zich voor te planten. In de paaitijd krijgt de zeeforel een iets donkerdere kleur. In tegenstelling tot de zalm, blijft de forel tijdens deze reis wel eten. Ook trekt hij minder ver landinwaarts dan de zalm. De voortplanting vindt plaats op grind- of kiezelbedden in rivieren of beken.

Na zijn geboorte blijft de jonge zeeforel een tot soms wel vijf jaar in het zoete water van zijn geboorterivier. Tegen de tijd dat hij het zoete water voor het zoute gaat verwisselen, krijgt de jonge zeeforel zijn kenmerkende zilveren basiskleur. Om te wennen aan het zoute water, blijft hij lange tijd in brak water. De zeeforel blijft, ook als hij eindelijk in zee is aangekomen, meestal in de buurt van de kust.

Belangrijkste intrekpunten voor de zeeforel in Nederland zijn: De Nieuwe Waterweg, het Haringvliet en ook de Afsluitdijk. De Afsluitdijk vormt nu een 32 kilometer lange barrière tussen de zee en de paaigronden in bijvoorbeeld de Overijsselse Vecht. Doordat de zeeforel een goede sprinter is, kan de vis goed tegen de stroom inzwemmen. Toch blijkt uit verschillende onderzoeken dat de zeeforel ongeveer in de helft van de gevallen de sluizen in de Afsluitdijk niet kan passeren. Met de komst van de Vismigratierivier zal het voor de zeeforel een stuk makkelijker worden om de Afsluitdijk te passeren.

 

« Alle Blije vissen