Spiering

Zwakke zwemmer

Foto van een anadrome spiering zwemmend boven een bodem van stenen en enkele planten.
Foto: Jelger Herder

De spiering behoort tot de familie Osmeridae en is ook een zalmachtige. Dit laatste is goed te zien aan het kleine vetvinnetje vlak voor zijn staart. De spiering groeit op in het zoute water en trekt vervolgens het zoete water in om zich voort te planten. Met de aanleg van de Afsluitdijk is er een aparte zoetwaterpopulatie ontstaan in het IJsselmeer. Daardoor komt de spiering nu in twee verschillende verschijningsvormen voor. Een trekkende spiering die leeft in het zoute én zoete water en een binnenspiering die vooral in de grote meren leeft.

De trekkende spiering vind je langs de kusten van West en Noord-Europa. In Nederland kom je de trekkende spiering vooral tegen in de Wadden- en Noordzee, rond de riviermondingen en in de benedenrivieren.

De reis van de spiering

De trekkende spiering leeft in kustwateren en in de riviermondingen. In het vroege voorjaar trekt de vis vanuit zee het zoete water in om te paaien in de rivieren.
Tijdens deze paai, legt het vrouwtje wel 40.000 eitjes! Na 8 tot 17 dagen kruipt het larfje uit het ei en ontwikkelt zich binnen aan aantal maanden tot jonge spiering. Het jonge visje heeft een voorkeur om op te groeien in de brakke zone. Na een aantal maanden trekt de spiering naar zee, om later weer terug te keren naar het zoete water om zich voor te planten.

Vroeger trok de spiering vanuit de Zuiderzee op naar de IJssel tot aan Doesburg. Ook trok hij vanuit de zeegaten het Haringvliet binnen om daar te paaien. Helaas zijn deze routes niet meer vrij toegankelijk voor de spiering. Mede daardoor is hij ook veel minder talrijk in de Nederlandse binnenwateren.

Voor het herstel van de trekkende spiering is een open verbinding tussen het zoute en zoete water noodzakelijk. Door de Vismigratierivier kan de spiering straks gemakkelijker het IJsselmeer bereiken. Een extra voordeel van de Vismigratierivier is de geleidelijke zoet-zoutovergang. Een jonge spiering kan namelijk niet tegen abrupte overgangen van zoet naar zout.

« Alle Blije vissen