Atlantische steur

Sterke zwemmer

Foto van een Atlantische steur zwemmend onder het wateroppervlak
Foto: Jelger Herder

De Atlantische steur, ook wel de Europese Steur genoemd, behoort tot de familie van de Steuren. Het is een van de oudste nog levende vissoorten. De steurachtigen splitsten zich 2 miljoen jaar geleden af van een groep die verder uitgestorven is. Ze worden daarom ook wel levende fossielen genoemd.

De Atlantische steur is een trekkende vissoort. Ze brengen het grootste deel van hun leven door op zee, maar trekken voor hun voorplanting naar de rivieren. Van oorsprong kwam de Atlantische steur algemeen voor in Europa en West-Azië. Sinds de 19e eeuw is de steurpopulatie zo hard achteruit gegaan, dat er nu waarschijnlijk nog maar 2 populaties over zijn in Europa. Belangrijkste oorzaken van de achteruitgang van de Atlantische steur zijn de grote visserijdruk, het toenemende aantal barrières op de trekroute en de vernietiging van paai- en opgroeigebieden. De steur is zeer kwetsbaar door de lange periode die hij nodig heeft om volwassen te worden. De kans dat hij gevangen wordt of sterft voordat hij zich heeft voortgeplant is zeer groot. In Nederland is de steur verdwenen uit de rivieren en ook langs de Nederlandse kust is hij erg zeldzaam geworden. Onlangs is er een herintroductieprogramma gestart om de Atlantische steur weer terug te laten keren in de Nederlandse kustwateren en rivieren.

De reis van de Atlantische steur

In het voorjaar trekken de steuren vanuit zee naar de rivieren. In de Rijn vond deze trek plaats van begin mei tot en met half augustus. Bij deze trek worden soms afstanden afgelegd van wel 1000 kilometers. De steur paait op grindbanken. De eieren komen na ongeveer 5 dagen uit. De larfjes laten zich vervolgens meevoeren met de stromingen. Na 4 maanden arriveren de jonge steuren in de riviermondingen. Zij verblijven daar de eerste twee jaar van hun leven. Wanneer de steuren twee jaar oud zijn, trekken zij voor het eerst naar zee en zwerven daar de eerste jaren rond in het kustgebied. Volwassen dieren verblijven in dieper water en keren in het voorjaar terug voor de paaitrek.

Als we geluk hebben zwemt er over een aantal jaar ook regelmatig een steur door de Vismigratierivier. De Vismigratierivier kan er voor zorgen dat de Atlantische steur weer een vrije doorgang heeft tussen de zee en de binnenlandse wateren, mét een geleidelijk overgang tussen het zoete en zoute water. Maar er zijn veel meer maatregelen nodig om de Atlantische steur te redden. Voor het herstel van de populatie is het verder van belang dat er voldoende paai- en opgroeigebieden aanwezig zijn. Verder moet het risico op sterfte door bijvangst flink worden beperkt.

« Alle Blije vissen