Verschillen tussen de beekprik, rivierprik en de zeeprik

Prikken zijn bijzondere dieren. Eigenlijk zijn het geen vissen, ze behoren tot de klasse van de Rondbekken. 500 miljoen jaar geleden zwommen ze ook al rond. In Nederland kennen wij 3 verschillende soorten prikken: de beekprik, de rivierprik en de zeeprik. Op Vrienden van de Blije Vis vind je twee soorten prikken: de zeeprik en de rivierprik. Dit zijn de trekkende soorten. Ze brengen hun leven door in zowel zoet als zout water. De beekprik blijft zijn hele leven in het zoete water.

Hoe kan je deze verschillende prikken van elkaar onderscheiden?

Allereerst zit een groot verschil in de lengte van de prikken.

  • Heeft de prik ongeveer de lengte van een balpen en past hij makkelijk in je handpalm? Dan is het waarschijnlijk een beekprik.
  • Is de prik ongeveer net zo lang als je hand en onderarm bij elkaar opgeteld dan is het waarschijnlijk een rivierprik.
  • Is de prik langer? Heeft het een lengte van je hele arm? Dan is het zeer waarschijnlijk een zeeprik.
Op de linkerfoto zie je de mondschijf van de zeeprik. Op de rechterfoto de mondschijf van de rivierprik
Op de linkerfoto zie je de mondschijf van de zeeprik. Op de rechterfoto de mondschijf van de rivierprik. Foto’s: Jelger Herder

Maar er zijn meer verschillen te ontdekken! Het aantal tandjes in de mondschijf van de prik kan ook duidelijkheid geven.

  • De beekprik heeft geen scherpe tandjes in de mondschijf.
  • De rivierprik heeft 5 tot 7 scherpe tandjes
  • In de mondschijf van de zeeprik zitten wel honderden tandjes

Beekprik

Beekprik. Afbeelding: Sportvisserij NL
Beekprik. Afbeelding: Sportvisserij NL

De beekprik heeft een cilindervormig, slangachtig lichaam. De kleur van de beekprik is licht geel met zilverkleurige flanken.  Als de beekprik zo’n 6 jaar oud is, ondergaat hij een gedaanteverwisseling, maar in tegenstelling tot de rivier en zeeprik trekt hij niet naar zee. Ook verandert hij niet in een visparasiet. Vanaf het moment van de gedaanteverwisseling eet de beekprik niks meer. Vervolgens heeft hij nog ongeveer een half jaar te leven om zich voort te planten. De beekprik wordt zo’n 16 centimeter lang.

Rivierprik

Rivierprik. Afbeelding: Sportvisserij NL
Rivierprik. Afbeelding: Sportvisserij NL

Het lichaam van de prik heeft een slangachtige vorm. Op de rug is hij grijs-, zwart- of groenblauwachtig gekleurd. De buik is zilverwit tot vuil geel. De rivierprik leeft gemiddeld ruim 4 jaar als larve. Bij een lengte van 9 tot 15 cm vindt de gedaanteverwisseling plaats. De volwassen geworden rivierprik trekt dan richting zee en leeft daar 2,5 tot 3 jaar als visparasiet. In die tijd groeit de rivierprik snel tot een lengte van 30 tot 49 cm.

Zeeprik

Zeeprik. Afbeelding: Sportvisserij NL
Zeeprik. Afbeelding: Sportvisserij NL

De zeeprik heeft een slangachtig lichaam. De kleur van de zeeprik kan verschillen. Soms is hij lichtgrijs, de andere keer heeft hij een groenachtige kleur. De onderkant van de prik is meestal bleker van kleur. Een jonge zeeprik is ongeveer 15 tot 20 centimeter lang. In die fase is hij klaar om naar zee te trekken om daar te leven als visparasiet. Eenmaal in zee, groeit de prik zo’n 20 tot 30 centimeter per jaar. De zeeprik wordt zo’n 70-90 centimeter lang.

Vismigratierivier

Zeeprikken en rivierprikken zijn trekvissen. Dit betekent dat zowel ze zowel zoet als zout water nodig hebben voor hun levenscyclus. Prikken groeien op in zoet water om vervolgens naar zee te trekken. Nadat ze een aantal jaren op zee hebben doorgebracht, zwemmen de volwassen prikken terug naar de rivieren om zich voort te planten.

Zeeprikken starten in het voorjaar met hun reis naar het zoete water. Rivierprikken gaan iets eerder op pad. Zij beginnen al in het najaar met hun trek naar de rivieren. In december liggen er dan ook veel rivierprikken bij de Afsluitdijk. Ze proberen een weg naar binnen te vinden. Helaas blijkt dit voor de rivierprikken en vele andere vissen een lastige opgave. De Afsluitdijk blokkeert letterlijk hun weg.

De Vismigratierivier is een innovatief project om deze blokkade op te heffen en de Waddenzee en het IJsselmeer weer 24/7 met elkaar te verbinden. Dankzij de permanente opening en verschillende stroomsnelheden in de Vismigratierivier moet het mogelijk worden dat sterke én zwakke zwemmers weer vrij kunnen zwemmen van zoet naar zout water en andersom.

Wil je meer weten over trekvissen en de Vismigratierivier? Word dan Vriend van de Blije Vis!