Nieuwe paaiplek van de Rivierprik gevonden!

Geplaatst op 20 december 2017

Het aantal bekende paaiplaatsen van de rivierprik in Nederland is op één hand te tellen. En daar komt er nu één bij. Begin december zijn in een eeuwenoude beek binnen het beheersgebied van Waterschap Vallei en Veluwe twee volwassen dieren en een larve aangetroffen. De larve bewijst dat er daadwerkelijk voortplanting plaatsvindt en dat het dus een nieuw ontdekte paaiplaats betreft.

Portret van een volwassen mannetje rivierprik
Portret van een volwassen mannetje rivierprik. Foto: Jelger Herder

Rivierprik

Een rivierprik is, net als andere prikken, eigenlijk geen echte vis. Hij wordt gerekend tot de klasse van rondbekken. De rivierprik komt voor in de meeste Europese kustwateren. In Nederland vind je de soort in enkele Nederlandse rivieren, beken en langs de kust van de Noordzee en de Waddenzee. In de tweede helft van de 20ste eeuw nam de populatie sterk af als gevolg van watervervuiling en door het normaliseren van rivieren en beken. Gelukkig neemt het aantal rivierprikken sinds het begin van de jaren negentig weer toe, door het verbeteren van de waterkwaliteit en het aanleggen van vispassages.

De volwassen rivierprik leeft in kustwateren en riviermondingen en paait in snelstromende delen van rivieren en beken. Tijdens de paaitrek trekt de rivierpik honderden kilometers het zoete water op. Vanaf dat moment staat alles in het teken van de voorplanting. De rivierprik eet dan ook niet meer. Het lichaam wordt optimaal gereed gemaakt voor de voortplanting. De paai van de rivierprik verloopt niet bepaald zachtzinnig. Het mannetje zuigt zich vast aan de kop van het vrouwtje. Vervolgens wikkelt hij zich strak om haar heen en ‘knijpt’ haar uit. Het vrouwtje legt hierbij wel duizenden eitjes. Het mannetje bevrucht vervolgens de eitjes. Na de paai, sterven beide dieren. Ze zijn uitgeput en uitgehongerd en daardoor heel vatbaar voor ziekten.

Onontdekt gebied

De nieuw ontdekte paaiplaats ligt op een plek die niet direct voor de hand ligt, waardoor de paaiplek waarschijnlijk lange tijd aan de aandacht ontsnapt is. Het gaat om een eeuwenoud stukje beek van slechts 500 meter lang. Vroeger maakte dit stuk onderdeel uit van een groter beeksysteem. Met de aanleg van het Apeldoorns Kanaal verdween een deel van de beek. Het laatste stuk ervan bleef echter intact doordat het als bypass om een scheepvaartsluis heen in gebruik genomen werd. Via een stuw stort water zich vanuit het kanaal in de beek om vervolgens 500 meter stroomafwaarts weer in het kanaal uit te komen. Doordat er hierna geen barrières meer in het kanaal aanwezig zijn tot aan de uitmonding in de Gelderse IJssel, bleef dit stuk beek in verbinding staan met de Gelderse IJssel en via het IJsselmeer met de Waddenzee.

Toevallige ontdekking

In 2015 werd een deel van de beekbodem drooggelegd voor waterbodemonderzoek. Dit was onderdeel van een plan van het waterschap om werkzaamheden uit te gaan voeren in het Apeldoorns kanaal en de Oude Grift. Tot hun verbazing zagen de bodemonderzoekers tientallen volwassen rivierprikken tussen de grote stenen op de bodem van het beekje liggen. De verwachting was dat deze rivierprikken de afslag vanuit de IJssel genomen hadden, geleid door de geurstoffen van de nauw verwante beekprikken die in de beken verder stroomopwaarts langs het kanaal leven. Het was echter ook een mogelijkheid dat de rivierprikken daadwerkelijk in het stukje beek paaiden.

Prikkenliften

Om vast te stellen of er daadwerkelijk rivierprikken in het beekje paaien, voerde RAVON een onderzoek met verschillende methoden uit. Al na tien minuten vissen met het elektrisch schepnet werd een volwassen rivierprik gevangen en later nog één. Deze dieren zijn waarschijnlijk in de loop van oktober/november vanaf de Waddenzee via het IJsselmeer en de IJssel de beek opgetrokken. Om te onderzoeken of er ook larven van de rivierprik in de beekbodem aanwezig waren, gebruikte RAVON een zogenaamde prikkenlift. Dit is een buis die verbonden is aan een pomp die het bodemsubstraat met de aanwezige priklarven opzuigt. Na half uurtje bodemsubstraat zuigen, floepte er een larve van de rivierprik uit de pijp. Hiermee kwam vast te staan dat rivierprikken daadwerkelijk in het beekje paaien. In de toekomst wordt onderzocht hoe omvangrijk de populatie is, of het paai- en opgroeihabitat geschikt is, en of er extra maatregelen nodig zijn om de omstandigheden voor rivierprik te verbeteren.

Bron: Nature Today  |  Ykelien Damstra, Waterschap Vallei en Veluwe & Jan Kranenbarg, RAVON

« Alle nieuwsartikelen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *