De paai van de zeeprik

Ecofact plaatste prachtige onderwaterbeelden van de zeeprik op YouTube. Het filmpje brengt de paai van de zeeprik goed in beeld. Van het verslepen van stenen voor de nestkuil tot aan de paring zelf.

Migratie

In het voorjaar trekken de zeeprikken de rivieren op. Deze trek vindt vooral ‘s nachts plaats. Overdag liggen de dieren op de bodem en/of verbergen zich. Vanaf het begin van deze reis eten de zeeprikken niet meer. Alles staat in teken van de voortplanting.  De zeeprikken zwemmen net zolang stroomopwaarts totdat ze geschikte paaigronden bereikt hebben. Een geschikte paaigrond voor de zeeprik bestaat uit matig stromende gedeelten van de rivier, met een bodem die voornamelijk bestaat uit zand, grind en grotere stenen. De paaiplaatsen zijn meestal vrij ondiep. De prikken verzamelen zich in kleine groepen op deze plaatsen.

Zeeprikken maken een nest dat bestaat uit een ondiepe kuil met een opstaande rand in de rivierbodem. De kuil is ongeveer 40 cm in doorsnede, en is langwerpig in de richting van de stroom. De eitjes die hierin worden afgezet zijn kleverig en blijven dus aan het zand of de stenen op de bodem plakken.

Paai

Tijdens de paai zuigt het vrouwtje zich vast aan één van de stenen aan de rand van het nest.  Een mannetje zuigt zich vervolgens vast aan haar kop, draait zijn lichaam strak om haar heen en ‘knijpt’ haar uit. Vervolgens bevrucht het mannetje de eitjes. De vrouwtjes zetten niet in één keer hun circa 200.000 eitjes af. De paring zoals hierboven beschreven, herhaalt zich vele malen.

Na de paai gaan alle volwassen dieren dood. Omdat het maagdarmkanaal sinds het verlaten van de zee zijn functie heeft verloren, kan de zeeprik geen voedsel meer opnemen. Hij wordt blind, enorm vatbaar voor ziekten en vertoont algehele uitputtingsverschijnselen.

Bron: Soortdocument Zeeprik (2006) van  Sportvisserij Nederland